'Ik had nul ervaring, maar dacht: hoe moeilijk kan het zijn?'

'Ik had nul ervaring, maar dacht: hoe moeilijk kan het zijn?!

Als aios startte Nienke Kessels (34) in 2014 een lokaal verbeterproject: Weefseldonatie in de eerste lijn. Inmiddels is het een landelijk project geworden, heeft ze diverse vormen van ondersteuning voor huisartsen ontwikkeld en geeft ze er nascholing over. Drie dagen per week werkt ze in een huisartsenpraktijk in Eindhoven. “Ik heb geleerd dat je van iets kleins iets groots kunt maken.”

“Tijdens de huisartsopleiding moet iedere aios een verbeterproject doen. Checken of alle astmapatiënten in de praktijk goed geregistreerd zijn en jaarlijks een oproep voor de griepprik krijgen bijvoorbeeld. Niet zo boeiend, vond ik. Voordat ik aan de huisartsopleiding begon, had ik in het ziekenhuis gewerkt en regelmatig schouwingen gedaan. Daar was het gebruikelijk om bij een overlijden ook donatie ter sprake te brengen. Toen ik dat in mijn opleidingspraktijk wilde doen, was de reactie van mijn opleider: ‘alsjeblieft,doe maar niet – dat geeft altijd gedoe.’ Wat gek, dacht ik. En tegelijkertijd: wat interessant. Aan de voorkant veranderen we de wet om de registratiegraad te verhogen en is er veel media-aandacht voor donatie, aan de achterkant stellen we als huisartsen niet eens de vraag of mensen een donorcodicil hebben. Terwijl het merendeel van de mensen buiten het ziekenhuis overlijdt.

▪ HET GRAF IN

Die verwondering leidde ertoe dat ik me in de materie ben gaan verdiepen: hoe zit het precies met donaties, wat zegt de wet, wat is onze plicht als huisarts? Waarom gebeurt het niet, waar zit de weerstand? Ik ben er ook over gaan praten met collega’s, vrienden. De reactie was telkens: ja, wat vreemd eigenlijk dat huisartsen niet vragen of iemand een codicil heeft. Sommige vrienden zeiden zelfs: ‘Dus ik heb zo’n codicil voor niks?!’ Een enorm potentieel aan donoren verdwijnt letterlijk het graf in, terwijl er wachtlijsten zijn van mensen die zitten te springen om een nieuwe cornea of hartklep. Doel van mijn verbeterproject was vooral bewustwording creëren omtrent de mogelijkheden in de eerste lijn, en huisartsen maximaal ondersteunen bij het aanmelden van een donor. Een helder informatiepakket was er niet voor hen. Dat heb ik dus zelf maar ontwikkeld. Het besef dat ‘een betere wereld bij jezelf begint’ zit wel in mij. Ik wil verantwoordelijkheid nemen voor wat ik zie, wat in mijnbereik ligt. De armoede in de wereld kan ik niet veranderen, maar dit wel. Mijn derdejaars opleider was enthousiast over het idee, en adviseerde me om het op de huisartsenpost in te voeren zodat het een groter bereik zou hebben. Dat was een mooie eerste stap. Maar ik besefte dat het bij een klein en lokaal idee zou blijven als er geen landelijke borging zou komen.Dat voelde suf, zó zonde.

▪ MOEDELOOS

Via via kwam ik in contact met VWS, en via hen met de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). In de trein dacht ik nog: haha, daar gaat Nienke uit Eindhoven, op weg naar het ministerie! Ik had nul ervaring op dit terrein, maar dacht bij mezelf: hoe moeilijk kan het zijn? Zoals Pippi Langkous altijd zegt: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’ VWS was enthousiast, maar bij de NTS – en later het NHG– liep het contact stroef in het begin. ‘Wie is dit meisje? Hoezo moeten we iets met huisartsen en donatie? Het staat niet in ons jaarplan.’ Vooral van dat laatste werd ik soms moedeloos: als iets niet in een jaarplan staat, krijg het dan maar eens gedaan… Er was weerstand en er viel een groot gat te dichten tussen de transplantatiewereld en die van de huisartsen. Het heeft even geduurd voordat er voldoende vertrouwen in mijn plan was. Bij elke tegenslag – en ik heb echt regelmatig gedacht: waar ben ik aan begonnen?! – heb ik geprobeerd om terug te keren naar mijn verwondering van het begin: waarom is het niet beter geregeld, waarom richt de NTS zich uitsluitend op de tweede lijn, waarom stellen we als huisartsen de 'donatievraag' niet bij overlijden? En ik keerde terug naar de inhoud: mensen hebben een wilsbeschikking, die kunnen we niet zomaar opzij schuiven. Bovendien zijn er wachtlijsten voor weefseldonatie. Wanneer alle huisartsen in Nederland één keer per jaar een donor aanmelden, zijn die verdwenen. Op die gezamenlijke doelen heb ik geprobeerd partijen, mensen, met elkaar te verbinden. 

▪ MOOIE BELONING

In 2016 ben ik officieel projectleider geworden. Een mooie beloning naeen jaar lobbyen. Ik heb er enorm veelvan geleerd, zowel inhoudelijk als qua proces- en projectmanagement. Het smaakt ook naar meer. Mede door dit project ben ik opnieuw over mijn toekomst gaan nadenken. Ik wilde binnen drie tot vijf jaar na mijn huisartsopleiding een eigenpraktijk starten of overnemen. Dati s geen doel op zich meer. Ik heb gemerkt dat ik het heel leuk vind om niet alleen patiënten te zien, maar er iets maatschappelijk zinvols, het liefst iets op de rand van mijn comfortzone, naast te doen: een project, onderwijs geven, misschien ooit in de gemeenteraad. Zolang je nieuwsgierig bent en niet bang om vragen stellen, zijn er nog veel nieuwe werelden te ontdekken. Ik heb de afgelopen jaren onder andere in een asielzoekerscentrum gewerkt, ben op studiereis naar Cuba geweest, en heb tien jaar geleden tijdens mijn geneeskundestudie coschappen gelopen in Tanzania. Al die verhalen en ervaringen pruttelen in mijn hoofd: wat kan ik hiermee? Door mijn ervaring met dit project denk ik: met alles wat ik signaleer, kán ik iets. Innovatie ligt voor je neus op straat. Het is de kunst om het te zien, er niet overheen te stappen en je niet te laten belemmeren door de overtuiging dat het toch niet zal lukken. Ik ben vast niet de enige die zich over iets verwondert.” De nascholing Weefseldonatie is te vinden op de site van het NHG: https://www.nhg.org/scholing/nhg-stip-cursus-weefseldonatie-de-1e-lijn

Feedback over de site? Geef ons feedback!